Index

Rector Orbis

 

Een van de leuke bijkomstigheden van het verzamelen van Romeinse munten is het langzamerhand beter worden in het herkennen van goden en personificaties aan de hand van de karakteristieke attributen die ze dragen. Zo wordt al snel duidelijk dat een vrouw met een puntige vrijheidshoed niemand anders kan zijn dan Libertas en dat Mercurius als god van de handel vaak een geldbuidel in de hand heeft. Maar er zijn ook volop personages op keerzijdes die niet zo één twee drie te duiden zijn, zoals de figuur op de onderstaande munt van Caracalla.

 

 

Deze denarius werd geslagen in 200 n.C., toen Caracalla voor de derde keer ‘bekleed was met de macht van volkstribuun’ – TR P III staat in het keerzijdeomschrift. De keerzijde heeft een staande figuur die in referenties in de regel ‘Caracalla als Sol’ genoemd wordt. We zien een naakte jongeman, of althans bijna naakt. Een mantel hangt over zijn rug en over zijn linkerschouder naar beneden. Hij is gelauwerd en draagt in zijn rechterhand een globe. In de linkerhand houdt hij een speer vast, met de punt naar beneden.

 

Voor een goed gefundeerde duiding van een voorstelling is het belangrijk te onderzoeken op welke andere munten dezelfde beeltenis voorkomt. In dit geval blijkt dat deze figuur zich beperkt tot een tweetal munttypes van Caracalla – naast deze denarius prijkt de figuur ook nog op munten met een verhelderende omschriftvariant: RECTOR ORBIS – ‘Meester der Wereld’. Dit omschrift komt voor op zilver en goud.

 

 

Op de bovenstaande aureus is nog een attribuut verborgen: de figuur draagt namelijk een zwaard achter op de rug. Het handvat is duidelijk te zien onder de linkerarm, net boven de heup. Op de denarius die deze column begon is het zwaard ook aanwezig. De denarius-stempels waren in de regel van mindere kwaliteit – of misschien beter: de aureus-stempels waren van de hoogste kwaliteit – waardoor dit attribuut op zilver makkelijk over het hoofd te zien is – RIC noemt het zwaard dan ook niet in de beschrijving.

 

Terug naar de identificatie van de figuur als Caracalla als Sol. Het lijdt geen twijfel dat Caracalla staat afgebeeld, daar is de keizerlijke lauwerkrans een goed argument voor, naast het feit dat dit type alleen op zijn muntslag voorkomt. Maar Caracalla als Sol is niet erg aannemelijk. De zonnegod wordt weliswaar regelmatig afgebeeld met een globe in de numismatiek, maar zijn belangrijkste attribuut mist: de zonnekroon – de figuur op de munt draagt een lauwerkrans. Ook draagt Sol nooit een speer of een zwaard.

 

Iets anders dat de identificatie van de figuur verheldert is het omschrift. Rector Orbis is een titel die voor het eerst verschijnt op munten van Didius Julianus. Op denarii en aurei van deze onfortuinlijke vorst wordt duidelijk dat Rector Orbis niet een titel van een godheid is, maar van de keizer zelf. Het omschrift gaat namelijk vergezeld van een voorstelling van Didius Julianus in toga. Uit inscripties blijkt dat ook andere keizers deze eretitel gedragen hebben, bijvoorbeeld Gallienus in de tweede helft van de derde eeuw.

 

 

 

 

De figuur op de munt van Caracalla is dus naar alle waarschijnlijk de jonge keizer zelf, als ‘Meester van de Wereld’. Hij is echter niet een gewone sterveling, zoals Didius Julianus dat in zijn toga misschien nog wel is – Caracalla wordt heroïsch naakt afgebeeld. De mantel om zijn schouder is wellicht een paludamentum, een militaire cape die door soldaten over het kuras gedragen werd. Maar Caracalla draagt hem net als de oorlogsgod Mars over zijn naakte lichaam.

 

Curtis Clay, een autoriteit op het gebied van antieke numismatiek, heeft een interessante theorie over de Rector Orbis-keerzijdes van Caracalla. Hij plaatst de emissie in de historische context van de Parthische oorlogen van Septimius Severus, waarbij in 198 de stad Ctesiphon werd ingenomen. Volgens Clay was de overwinning op het Oosten voldoende aanleiding om Caracalla te vergelijken met Alexander de Grote, de legendarische veroveraar. De figuur op de munt is dan niet ‘Caracalla als Sol’ maar ‘Caracalla als Alexander’. Een aantrekkelijke theorie zonder losse eindjes, aangezien alle elementen meegenomen worden in de verklaring: de lauwerkrans van de keizer, de globe als symbool voor de Wereld, speer, paludamentum en zwaard als attributen van de militaire veroveraar en de heroïsche naaktheid als verwijzing naar de legendarische, bijna goddelijke veldheer.