Index

Hercules de Overwinnaar

* AE Follis Licinius (308-324)

* Geslagen in Nicomedia, vierde officina

* Voorzijde: IMP C VAL LICIN LICINIVS PF AVG; Gelauwerde buste r.

* HERCVIL VICTORI; In afsnede: SMN; In l.veld: * / Δ; Hercules, staande naar r., gekranst, met knots en leeuwenhuid, r.hand achter zijn rug.

Nee, ik ga het niet hebben over de interessante spelfout op de keerzijde (de omkering van de letters LI van HERCVLI)! Dat is iets voor een andere plek. Ik wil het hebben over de voorstelling op de keerzijde. De eigenaar van de munt plaatste hem een tijd geleden op een forum met de vraag wat de keerzijde van zijn prachtstuk toch met sinaasappelen te maken had. Dat had hij namelijk gehoord van de verkoper.

Nu zijn er nergens sinaasappelen te zien op de keerzijde. Wel Hercules, ‘Hercules de Overwinnaar’, volgens het omschrift. De held staat afgebeeld terwijl hij leunt op zijn knots. Hij heeft een lauwerkrans op zijn hoofd – een symbool van overwinning – en de karakteristieke leeuwenhuid rust op zijn onderarm. Maar nergens sinaasappelen.

Nu zouden sinaasappelen op Romeinse munten – mochten ze al te herkennen als zodanig – een unicum zijn. Dat lijkt dus uit de lucht gegrepen. De enige vruchten die met Hercules te maken hebben zijn appels. De appels van de Hesperiden wel te verstaan. Daarvoor moeten we terug naar de Griekse mythologie.

De oude Grieken hielden van verhalen over legendarische helden en de meest gevierde held was Hercules (die zij Herakles noemden), de zoon van niemand minder dan de oppergod Zeus, bij de sterfelijke vrouw Alkmene. Vooral Hercules’ befaamde ‘twaalf werken’ waren zeer gewaardeerd.

Het verhaal ging dat Hercules, waanzinnig geworden, zijn eigen kinderen gedood had. Als boetedoening voor die misdaad moest hij zich, op last van het orakel van Delphi, onder het bevel van koning Eurystheus stellen. Deze droeg Hercules op twaalf schier onmogelijke waagstukken te volbrengen.

De bekendste van die twaalf werken is het ‘eerste werk’, het verslaan van de leeuw van Nemea. Hercules merkte al gauw dat het beest onkwetsbaar was voor zijn pijlen. Daarom wierp hij zijn boog, pijlkoker en knots op de grond, viel met zijn blote handen aan en doodde de leeuw door hem te wurgen. Daarna vilde hij het beest met zijn eigen klauwen en behield de huid als trofee. Op munten en standbeelden draagt Hercules daarom de scalp van de Nemeïsche leeuw vaak op zijn hoofd of houdt die in zijn handen.

Hercules in gevecht met de leeuw van Nemea, afgebeeld op een denarius

van de Romeinse republiek (80 v.Chr.). Knots en pijlkoker liggen op de grond.

Na de leeuw van Nemea versloeg Hercules nog een paar andere vervaarlijke beesten, monsters en reuzen. De geïnteresseerde lezer kan die verhalen gemakkelijk vinden op het net en in ieder boek over Griekse mythologie. Van belang voor onze munt is het werk met de appels, het elfde werk van Hercules.

De elfde opdracht van Eurystheus voor Hercules was het bemachtigen van de appels van de Hesperiden. Die stonden in de tuin van de Hesperiden, zoals de dochters van de Nacht en de Duisternis genoemd werden, ergens in het verre Westen, maar niemand wist waar precies. Wel was bekend dat de boomgaard bewaakt werd door een slang. Na eindeloze omzwervingen kon Hercules de appels nog steeds niet vinden. Daarom vroeg hij de titaan Atlas, die het hemelgewelf droeg, ze te zoeken. Hercules nam even zijn plaats in om te zorgen dat het uitspansel niet zou vallen. Uiteindelijk kon hij de zo fel begeerde appels van Atlas in ontvangst nemen. (Overigens vertellen sommige bronnen dat Hercules zelf de slang doodde en de appels roofde.)

Als verwijzing naar dit werk wordt Hercules soms afgebeeld met deze appels van de Hesperiden in zijn hand. Op Romeinse provinciale muntslag is dat een populaire voorstelling, maar op de reguliere muntslag van het keizerrijk komen de appels niet zoveel voor.

Maar wat hebben die appels nu met de munt boven aan deze column te maken? Ze zijn immers nergens te zien. De enige plaats waar ze mogelijkerwijs zouden kunnen zijn is in de rechterhand van Hercules, de hand die hij op zijn rug houdt. Maar een muntje is tweedimensionaal – we kunnen dus niet even achter de rug van de beroemde held kijken.

Maar er zijn ook driedimensionale afbeeldingen van Hercules. Zou het niet mooi zijn als deze voorstelling van Hercules – leunend op zijn knots en met zijn rechterhand op de rug – als standbeeld uitgevoerd zou zijn? Dan zouden we er even omheen kunnen lopen. En wat wil het geval, zo’n standbeeld staat in Napels. Het beeld heet de ‘Farnese Hercules’.

Het beeld werd in de zestiende eeuw gevonden in de thermen van Caracalla in Rome. Het gigantische standbeeld laat de held zien, uitrustend na het volbrengen van zijn twaalf werken. De ‘Farnese Hercules’ is een Romeinse kopie van een Grieks origineel uit de vierde eeuw voor Christus, misschien gemaakt door de beroemde beeldhouwer Lysippus.

Het voordeel van een standbeeld ten opzichte van de voorstelling op een munt is, zoals gezegd, dat je eromheen kan lopen. We kunnen dus zien wat Hercules in zijn handen houdt:

Appels!

Terug naar de munt van Licinius waarmee ik deze column opende. De stempelsnijder die verantwoordelijk was voor de voorstelling op de keerzijde heeft een beroemd standbeeld nagesneden. Misschien stond er een kopie in het munthuis van Nicomedia, of misschien heeft hij het uit zijn hoofd gedaan. Dat is helaas niet meer te achterhalen. We kunnen er echter wel van uitgaan dat de voorstelling van ‘Hercules de Overwinnaar’ als standbeeld alom bekend was in de Oudheid. Net als bij ons bijvoorbeeld de Nachtwacht of het Lam Gods. Een Romein die de munt van Licinius in zijn handen kreeg, wist waarschijnlijk gelijk al wat Hercules daarop achter zijn rug houdt. Tegenwoordig moet daar wat langer over nagedacht worden en des te leuker dat we er op deze manier toch nog achter kunnen komen.

Tot slot nog foto’s van een zilveren antoninianus van Gordianus III (238-244) en een aureus van Carus (282-283) met dezelfde voorstelling op de keerzijde, wellicht dus ook gesneden naar het voorbeeld van het beroemde en het door de Romeinen vaak gekopieerde standbeeld van Lysippus.

Het is opmerkelijk dat de steenhoop waarop Hercules’ knots rust, onderdeel van de ‘Farnese Hercules’ ook op deze munten te zien is, maar op de follis van Licinius ontbreekt.

Hercules Victor op een antoninianus van Gordianus III (238-244)

Hercules Victor op een aureus van Carus (282-283), Auktion Leu 93 (2005), lot 111